Hoe is het gesteld met het onderwaterleven in het Grevelingenmeer?

Aan het woord:
marien ecoloog Marijn Tangelder van Wageningen Marine Research

Het was de afgelopen tijd volop in het nieuws: duikers in het Grevelingenmeer spreken vanaf een diepte van tien meter van een ware dead zone. Het onderwaterleven sterft er af en weet zich niet meer volledig te herstellen. Hoe is het daadwerkelijk gesteld met de flora en fauna in het Grevelingenmeer en in hoeverre zou een doorlaat in de Brouwersdam kunnen helpen? Aan het woord: Marijn Tangelder, marien ecoloog bij Wageningen Marine Research (onderdeel van Wageningen University & Research). Samen met collega’s deed zij in opdracht van Rijkswaterstaat onderzoek naar het Grevelingenmeer sinds de afsluiting van de Noordzee in 1971.

 

‘Het Grevelingenmeer is een bijzonder meer,’ begint Marijn. ‘Oorspronkelijk was het een zeearm en nog steeds zie je daar kenmerken van terug in het bodemprofiel. Zoals diepe geulen, waar het water moeilijk in beweging komt.’ Het Grevelingenmeer is zowel aan de zee- als aan de rivierzijde afgesloten door een dam. Een spuisluis in de Brouwersdam zorgt voor enige verversing van het water, zodat het algehele zoutgehalte van het meer op peil blijft.

Zuurstofloosheid

Wat is er nu precies aan de hand? ‘Het water dicht bij de oppervlakte bevat meer zuurstof dan de laag eronder, doordat het zuurstof uit de lucht kan halen en door de productie van zuurstof door voornamelijk algen,’ legt Marijn uit. ‘Met name ’s zomers – bij warm en windstil weer – kunnen de bovenste en onderste waterlaag niet goed mengen. Dit komt door de beperkte waterbeweging in combinatie met gelaagdheid in het water. Met dit laatste bedoelen we de scheiding tussen de onderste en de bovenste waterlaag, veroorzaakt door verschil in zoutgehalte en temperatuur van het water. Ook is op de bodem veel activiteit van bacteriën. Zij breken dood, organisch materiaal af en verbruiken daarvoor het weinige zuurstof dat nog aanwezig is. Het gevolg? Lage zuurstofconcentraties of zelfs zuurstofloosheid in de diepere waterlaag. Soorten als krabben en vissen kunnen zich makkelijker verplaatsen naar zuurstofrijke gedeelten om daar voedsel te zoeken. Andere organismen, zoals schelpdieren en wormen, zijn veel meer aan één plek gebonden. Een schelpdier kan zijn klep nog wel enige tijd dichthouden, maar legt op gegeven moment toch het loodje. Na bijvoorbeeld een hittegolf of een langere periode met warm weer en weinig wind kan het bodemoppervlak met lage zuurstofconcentraties zich uitbreiden naar de ondiepere delen van het meer. En dan komen steeds meer organismen letterlijk in ademnood.’ 

Glijdende schaal

Het optreden van zuurstofloosheid is een natuurlijk fenomeen, licht Marijn toe. ‘Met name in diepere meren, omdat daar van nature weinig menging van water is. Het water en de bodem weten zich in het najaar, wanneer het flink kan stormen, weer te herstellen.’ Maar het Grevelingenmeer is geen natuurlijk meer. Het heeft hele diepe geulen, waar nauwelijks sprake is van verversing. Toch is het Grevelingenmeer volgens Marijn niet dood. ‘Het meer heeft in de zomer weliswaar te kampen met lage zuurstofconcentraties en zelfs afsterving van het bodemleven. In de ondiepe zones is echter nog steeds veel leven. Ook in de zuurstofarme delen leven veel bacteriën. Dit zijn weliswaar geen dieren, maar het is wel leven. Wel vermoeden we dat er sprake is van een glijdende schaal waarbij het ecosysteem geleidelijk verarmt. Elke zomer krijgt het ecosysteem een flinke klap te verwerken. In het najaar kan het zich slechts ten dele herstellen. We zien dat de biomassa van het bodemleven, de maatstaf die ecologen gebruiken voor de aanwezige hoeveelheid leven, jaarlijks geleidelijk afneemt. Dit gebeurt echter ook in de ondiepe delen waar geen zuurstofloosheid optreedt. Het optreden van zuurstofloosheid is daar dus niet de enige oorzaak voor. Er is sprake van een systeembrede verandering, óók in de ondiepe zones.’ 

Brouwersdam

Doorlaat

Als er een doorlaat komt in de Brouwersdam, dan zal met hulp van het beperkte getij meer menging komen tussen de verschillende waterlagen. Marijn: ‘Het getij zal uiteraard niet hetzelfde zijn als op zee of in de Oosterschelde, maar collega’s van onderzoeksinstituut Deltares hebben berekend dat het de zuurstofloosheid flink zal kunnen terugdringen. Bovendien komt er met de doorlaat ook voedselrijk Noordzeewater binnen, waar bodemdieren, vissen en ook vogels van zullen profiteren. Hoe snel het effect op het onderwaterleven merkbaar is? Ik verwacht al direct bij openstelling van de doorlaat een verandering doordat de bodem beter leefbaar wordt. Ik vermoed dat soorten zich snel kunnen vestigen en dat de biomassa en biodiversiteit in de diepere delen zullen toenemen.’

Oosterschelde

De verwachting is dat met het terugbrengen van getij het Grevelingenmeer onder water in zijn geheel meer op de Oosterschelde zal gaan lijken. Maar eigenlijk is het geen goede vergelijking, vindt Marijn. ‘De Oosterschelde is een zeearm met getijdenstroming. Ook al komt er een doorlaat in de Brouwersdam, dan zal de getijslag in de Oosterschelde nog steeds zo’n zes keer groter zijn dan in het Grevelingenmeer. We zien dat het Grevelingenmeer nu nog steeds aan het veranderen is als gevolg van de afsluiting begin jaren zeventig. Elke keer als er sprake is van een grote ingreep, brengt dit een verandering teweeg waarvan het effect nog lang voelbaar zal zijn. Dat zal in dit geval niet anders zijn’, besluit Marijn.