Monitoring zandsuppletie Roggenplaat

Roggenplaat © Edwin Paree (Rijkswaterstaat)

Rijkswaterstaat en Natuurmonumenten verhoogden afgelopen herfst de Roggenplaat in de Oosterschelde. Rijkswaterstaat monitort samen met onderzoeksinstituten zoals Deltares, Wageningen Marine Research en het NIOZ de ontwikkeling van de Roggenplaat nauw. Hoe onderzoeken zij de ontwikkeling van het bodemleven, de vogels en de zeehonden en de mossels op percelen rond de plaat? En het sediment dat is gestort? We vroegen Brenda Walles van Wageningen Marine Research om een toelichting.

Brenda aan het werk op de Roggenplaat

Brenda Walles is als onderzoeker al vanaf voor de aanleg betrokken bij de zandsuppletie van de Roggenplaat, en dus ook bij de nulmetingen. ‘De monitoring richt zich op twee onderdelen: ecologie en sedimentdynamiek,’ vertelt Brenda. ‘Ik richt mij vooral op de monitoring van het ecologisch herstel en Rijkswaterstaat, het NIOZ en Deltares focussen zich op de ontwikkeling van het sediment.’

Monitoring bodemleven

Brenda legt uit hoe de monitoring van het bodemleven in zijn werk gaat: 'Op de Roggenplaat nemen we op 113 plekken bodemdiermonsters. In het najaar trekken we met steekbuizen sediment naar boven. Deze steekbuizen zijn 35 cm diep en 10 cm breed. Uit dit sediment zeven we bodemdieren die groter zijn dan één millimeter. Deze bodemdieren onderzoeken we in het lab. Door dit jaarlijks te herhalen kunnen we onderzoeken hoe lang het duurt voor het bodemleven zich weer verder herstelt na een suppletie.’

Monitoring bodemleven Roggenplaat

Quickscan

De uitgebreide monitoring na de suppletie van de Roggenplaat is in volle gang en neemt een aantal jaar in beslag. Wel hebben Brenda en haar collega’s al een quickscan uitgevoerd. Hieruit bleek dat er al vrij snel weer wadpieren aanwezig waren op de gesuppleerde delen. ‘Dat de wadpieren al weer zo snel terug zijn op de plaat is nieuw ten opzichte van de suppletie van de Galgenplaat en de Oesterdam,’ vertelt Brenda. ‘Daar duurde het veel langer voordat deze bodemdieren terug waren. De wadpieren die we aantreffen zijn middelgroot tot groot. Dat betekent dat het geen nieuwe pieren zijn maar al bestaande, die waarschijnlijk door het sediment naar boven hebben kunnen komen.’ Mogelijk heeft de dikte van de aangebrachte sedimentlaag invloed op de wadpieren. Op de Roggenplaat varieert de aangebrachte dikte tussen de 5 en 140 cm. We weten nog niet precies waar de grens qua dikte ligt waar wadpieren doorheen kunnen komen. Maar dat de wadpieren zo snel aanwezig zijn, kan gunstig zijn voor het ecologische proces.

Kokkels en wadpieren Roggenplaat  © Origin Media

Kickstart ecologisch herstel

‘Op de Roggenplaat is nagedacht over hoe het ecologisch herstel een kickstart te geven door slim te suppleren,’ vervolgt Brenda. ‘Er is geëxperimenteerd met suppleren met gebiedseigen sediment. Omdat dit al vol leven zit, is de verwachting dat het herstel hier spoediger gaat. Ook zijn delen van de suppletie ingezaaid met kokkels om het herstel te versnellen.’ 

Scholeksters_Natuurmonumenten © Cris Toala Olivares

Vogeltellingen

Ook het aantal wadvogels waaronder steltlopers, wordt intensief gemonitord. Per jaar voert Deltamilieu Projecten ongeveer acht tellingen uit. ‘Via de tellingen en de bodemdierbemonstering kunnen we achterhalen wanneer het bodemdierleven weer zover is hersteld dat vogels weer gebruik maken van deze gebieden,’ legt Brenda uit. ‘Met afgaand water vaart er een boot drie keer een ronde rondom de Roggenplaat. Zo brengen we in kaart hoe de vogels de plaat gebruiken en onderzoeken we of er een reden is dat de vogels op een bepaalde plek zitten. Met name tijdens de voorjaars- en de najaarstrek willen we weten hoe de plaat gebruikt wordt.’

Wadpieren op de Roggenplaat

Monitoring sediment en mosselpercelen

Naast het bodemleven en de wadvogels, wordt het sediment gemonitord. ‘Met sensoren op de Roggenplaat meten we de sedimentatie en de erosie. Dit gebeurt elke dag, zodat we goed kunnen achterhalen wat er morfologisch met de plaat gebeurt en welke invloed de natuur op de plaat heeft. Rijkswaterstaat monitort ook de hoogte, om te weten of er erosie of sedimentatie op bepaalde plekken plaatsvindt.’ Ook de mosselpercelen rond de Roggenplaat worden gemonitord. Brenda: ‘Regelmatig bemonsteren we de percelen om te kijken wat de kwaliteit van de mosselen is.’

Brenda tijdens de Kennisdag Zuidwestelijke Delta en eindconferentie Smartsediment

Kennis voor volgende projecten

De monitoring van de Roggenplaat brengt veel nieuwe inzichten met zich mee. Brenda: ‘Door de ontwikkelingen van de Roggenplaat intensief te onderzoeken, doen we naast voor het project zelf veel kennis en inzichten op voor andere projecten. Bijvoorbeeld over het slim aanbrengen van sediment, het suppleren met gebiedseigen sediment, of hoe snel het bodemleven zich herstelt na een dergelijke ingreep. Als onderzoeker vind ik dat ontzettend interessant. We zullen onze kennis tijdens het hele proces zoveel mogelijk delen met alle partners en geïnteresseerden. Op de online Kennisdag Zuidwestelijke Delta en de eindconferentie Smartsediment afgelopen 17 september bijvoorbeeld deelden we onze ervaringen tot nog toe. En dat werd gewaardeerd door de kijkers!’

De suppletie van de Roggenplaat is onderdeel van het project Smartsediment in het kader van het Europese subsidieprogramma Interreg V Vlaanderen-Nederland. De suppletie is een samenwerking van verschillende landelijke en regionale partijen, die ook meefinancierden. Rijkswaterstaat en Natuurmonumenten zetten zich in voor de suppletie van de zandplaten die cruciaal zijn voor de natuur.

Wil je meer weten over de suppletie van de Roggenplaat? Bekijk dan onderstaande video. 

Zandsuppletie Roggenplaat