Nieuwe leden Gebiedsoverleg Ingrid de Bondt en Kees Jan de Vet aan het woord

 

Het sleutelwoord bij Zuidwestelijke Delta is samenwerking in de regio. Overheden zijn direct betrokken via het Gebiedsoverleg. Dit bestaat uit bestuurders of vertegenwoordigers van het Rijk, de drie provincies, de gemeenten en waterschappen. Dijkgraven Ingrid de Bondt en Kees Jan de Vet zijn sinds 2018 lid van het Gebiedsoverleg. Wat zien zij als de grootste uitdagingen voor de Zuidwestelijke Delta?

 

 

Ingrid de Bondt

Ingrid de Bondt, dijkgraaf van waterschap Hollandse Delta:

   ‘Leefbaar land leefbaar water’

‘Het gebied van waterschap Hollandse Delta bestaat uit vijf eilanden: Dordrecht, Goeree-Overflakkee, Hoeksche Waard, IJsselmonde en Voorne Putten. Concreet strekt onze regio zich uit van de Nieuwe Maas bij Rotterdam tot de Haringvlietbrug en van de dijken en duinen bij Ouddorp tot de Hollandse Biesbosch. Daarnaast zijn wij één van de vijf waterschappen met een wegentaak. Voor mij is er naast onze kerntaken een aantal thema’s belangrijk, namelijk duurzaamheid, energie, innovatie en klimaat. Verder zijn de omgevingswet en digitale transformatie belangrijke ontwikkelingen.’

 

Kees Jan de Vet, dijkgraaf van waterschap Brabantse Delta: ‘Omgaan met uitersten’

Kees Jan de Vet, dijkgraaf van waterschap Brabantse Delta:

'Omgaan met uitersten’

‘De Zuidwestelijke Delta is door zijn unieke ligging een gebied met ongekende potenties. Het gebied heeft echter ook een historie met enkele zwarte bladzijden. Naast de kansen zijn er doorlopend bedreigingen voor het gebied. Het op een juiste manier omgaan met deze uitersten is voor mij dè opgave die we hebben in dit gebied. Het waterschap Brabantse Delta zal als regionaal waterbeheerder zijn verantwoordelijkheid nemen in deze integrale opgave. Het veranderend klimaat biedt hierbij volgens mij voldoende uitdagingen en kansen.’

 

Zoetwatervoorziening is levensvoorwaarde voor natuur en landbouw

Kees Jan de Vet: ‘Het op orde houden van een goede zoetwatervoorziening in het gebied is letterlijk een levensvoorwaarde voor natuur en landbouw. Als waterschap dragen we, samen met de provincies Noord-Brabant en Zeeland, de gemeente Moerdijk en het Rijk, bij in de realisatie van de Roode Vaart door Zevenbergen. Vanaf eind 2019 kunnen we via deze route extra zoet water aanvoeren in ons werkgebied. De landbouw en de natuur zijn hierdoor minder kwetsbaar.’

 

Uitstekende samenwerking rond Kierbesluit

Ingrid de Bondt: ‘Uiteraard is ook voor waterschap Hollandse Delta de zoetwatervoorziening zeer belangrijk. Wegens het Kierbesluit worden de Haringvlietsluizen “op een kier” gezet voor de vismigratie. Zout zeewater stroomt hier het Haringvliet in. Rijkswaterstaat en ons waterschap garanderen samen de zoetwatervoorziening op Goeree-Overflakkee en Voorne-Putten. Hollandse Delta verlegt de inlaatpunten voor zoet water. Rijkswaterstaat monitort het zoutgehalte. Uitstekende samenwerking.’

 

Krekenvisie

Kees Jan de Vet: ‘Naast de Roode Vaart kiest waterschap Brabantse Delta ervoor om invulling te geven aan zijn Krekenvisie. Deze kreken worden door de regio gezien als de zoetwateraders van het gebied. Door deze weer voldoende ruimte te geven ontstaat er een klimaatrobuuster watersysteem. In goede afstemming met andere belangen en belanghebbenden realiseren we in West-Brabant een krekensysteem met een hoge natuurwaarde, dat tevens bijdraagt aan een economisch gezonde landbouw en met ruimte voor recreatief medegebruik.’

 

Natuurlijk lint

Ingrid de Bondt: ‘Het polderlandschap van alle deelnemers aan het Gebiedsoverleg vormt één aaneengesloten natuurlijk lint. Hollandse Delta maait dijken, slootkanten en wegbermen waar mogelijk en kansrijk op een ecologische natuurvriendelijke wijze. Zo kunnen planten en kruiden zich ontwikkelen wat bijdraagt aan de diversiteit van flora & fauna. Onze omgeving wordt natuurlijker en de biodiversiteit verrijkt. Vorige maand plaatsten we een insectenhotel. Bijen hebben onze bijzondere aandacht. Het lint van bloemrijke bermen wordt ook wel honey highway genoemd en het insectenhotel een bee & bee.’

 

Stappen zetten voor klimaatrobuust watersysteem

Kees Jan de Vet: ‘De basis voor een goede samenwerking in de Zuidwestelijke Delta is er al jaren, maar de stagnerende voortgang in het waterkwaliteitsdossier Volkerak-Zoommeer zet de verhoudingen op scherp. 2018 wordt wat dat betreft een belangrijk jaar, waarin we als regio zullen moeten besluiten welke route we de komende jaren gaan bewandelen. Mijn inzet in het Gebiedsoverleg zal hierbij zijn dat we op basis van heldere afspraken daadwerkelijk stappen gaan zetten in de realisatie van het genoemde klimaatrobuustere watersysteem. Het Deltafondsgeld dat gereserveerd is voor onze regio moet de komende jaren ook ingezet kunnen worden voor de realisatie van maatregelen uit de Krekenvisie.’

 

Afwachten is geen optie

Ingrid de Bondt: ‘We moeten onderwerpen voor de langere termijn nu al bespreken. Neem bijvoorbeeld de klimaatverandering en piekbuien of de zeespiegelstijging. Dat heeft enerzijds effect op dijken en duinen en anderzijds op onze zoetwatervoorziening. Daar moeten we als overheden samen een antwoord op vinden. Dat vooruitkijken is moeilijk en ingewikkeld. Maar het Gebiedsoverleg heeft wél de kennis en het vermogen om die doorkijk te maken naar de langere termijn en de effecten voor onze gebieden en regio’s. Laten we dat nu gaan doen, samen. Ik nodig u uit en verheug me op onze samenwerking.’