Aan het woord: voorzitter Gebiedsoverleg Zuidwestelijke Delta Rik Grashoff

‘Eerste focus bij Volkerak-Zoommeer ligt op aanpak zoetwatervoorziening'

Rik Grashoff is sinds enkele maanden voorzitter van het Gebiedsoverleg Zuidwestelijke Delta. Hoe kijkt de gedeputeerde van provincie Noord-Brabant terug op deze eerste periode? Welke uitdagingen ziet hij binnen de Zuidwestelijke Delta? In dit interview geeft de voorzitter zijn visie op de ontwikkelingen rond het Volkerak-Zoommeer en de integrale aanpak van vraagstukken op het gebied van klimaat, energie en circulaire economie.

Wat speelt op dit moment binnen de Zuidwestelijke Delta?

‘De klimaatverandering en hoe we hiermee omgaan om te zorgen voor een veilig, economisch aantrekkelijk en gezond deltagebied is zeer urgent. Specifiek staan we op dit moment voor een lastig vraagstuk: hoe gaan we verder met de verzilting van het Volkerak-Zoommeer? Dit ontwikkelperspectief hebben we in de Rijksstructuurvisie afgesproken. Wat je ziet is dat de opvattingen deels aan het verschuiven zijn. Het krachtenveld is anders geworden. Natuurbeschermers kijken naar de huidige natuur- en ecologische waarden. Zij benadrukken dat we goed moeten onderzoeken waar die waarden onder druk komen te staan, en wanneer er juist meerwaarde ontstaat. Hiernaast is door de droogte van de afgelopen jaren de focus op de zoetwatervoorziening veel sterker geworden. De landbouw maakt zich zorgen over de beschikbaarheid van zoet water en vraagt zich af of verzilting van het Volkerak-Zoommeer de beste oplossing is.’

Wat vindt minister Van Nieuwenhuizen van de ontwikkeling van het Volkerak-Zoommeer?

‘Voor de minister staat de aanpak van de zoetwatermaatregelen voorop. In het Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) op 20 en 21 november is besloten dat het project Getij Volkerak-Zoommeer (VZM) (nu) niet wordt geprogrammeerd vanwege de maatschappelijke verdeeldheid over het toekomstperspectief van VZM en de noodzaak om eerst de alternatieve zoetwatervoorziening te realiseren. Die verdeeldheid is er volgens de minister niet over het belang van een versnelling van de aanpak van de alternatieve zoetwatervoorziening voor het VZM, als opmaat naar klimaatrobuust zoetwater in de Zuidwestelijke Delta. Ze vindt dat dat belang losstaat van de toekomstige ontwikkeling van het VZM, omdat de alternatieve zoetwatervoorziening zowel voor een zoet als een zout VZM rendeert.’

Hoe staat het Gebiedsoverleg Zuidwestelijke Delta hier tegenover en wat zijn de volgende stappen?

‘Als Gebiedsoverleg zijn wij positief over het streven om voortvarend tot realisatie van de zoetwatermaatregelen te komen in de Zuidwestelijke Delta. Dat hebben we ook aan de ministers Van Nieuwenhuizen en Schouten laten weten als reactie op de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW). We maken ons allemaal zorgen over de zoetwatervoorziening, het is in ieders belang deze goed te regelen. In overleg met de minister starten we, aanvullend op het realiseren van de zoetwatermaatregelen, een gebiedsproces met betrokkenen. Omdat we de opvattingen zien verschuiven, is het des te belangrijk dat proces op een heel zorgvuldige manier vorm te geven. Als voorzitter zal ik hierin een trekkende rol vervullen. Joint fact-finding met de betrokken stakeholders vormt de basis voor het participatieproces. Dit focust zich in eerste instantie op zoetwater en heeft als uiteindelijk doel een breed gedragen perspectief voor het Volkerak-Zoommeer, inclusief een maatregelenprogramma voor de realisering van klimaatrobuuste zoetwatermaatregelen in de Zuidwestelijke Delta.’ 

Wat vindt u belangrijk in het gebiedsproces?

‘Het is van belang de scope voor het gebiedsproces voor het Volkerak-Zoommeer vanuit een breed perspectief te benaderen, zowel inhoudelijk als geografisch. Hierbij kijken we niet alleen puur naar het functioneren van het water, maar juist ook naar de meekoppelkansen voor de landbouw, de recreatie, de natuur en de ecologie van het gebied. Dit proces gaan we zeer zorgvuldig in met begrip voor alle belangen, want we moeten ons terdege bewust zijn van al deze belangen. Iedereen moet zich gehoord voelen. Onze uitdaging is om tot zowel een lange termijn- als korte termijnvisie te komen, samen met de regio. Of deze visies door iedereen worden gedragen? Soms zullen we keuzes moeten maken, maar ons doel is er vooral op gericht hoe we binnen deze belangen samen tot oplossingen kunnen komen.’

Tot slot: binnen de Zuidwestelijke Delta ligt de uitdaging om de transities op het gebied van klimaat, energie en circulaire economie integraal aan te pakken in relatie tot de wateropgaven binnen het gebied. Hoe kijkt u daar tegenaan?

‘Integraal is altijd ons doel. Waar het mij om gaat is om die integrale benadering op een goede manier handen en voeten te geven. We moeten vooral voorkomen dat we dingen opnieuw of dubbel gaan doen. Zo moeten we de processen rond de Regionale Energiestrategieën niet doorkruisen. Heel goed kijken wat er speelt en op welke manier we daarop aanhaken. Aanvullend en verbindend zijn op processen die al lopen, en ze vooral niet gaan vertragen. Vanuit mijn rol als voorzitter vind ik het van groot belang het overzicht te bewaken en bewaren, en vanuit de breedte naar de vraagstukken te kijken en te beslissen: waar leg je de nadruk op, hoe kom je tot een evenwichtige balans? En om juist de meerwaarde te creëren door het leggen van parallellen. Ik kijk positief en heel genuanceerd naar de toekomst. Uiteindelijk draait het erom dat we zorgen voor een prettige en duurzame leefomgeving in onze delta.’