Nu wordt slechts een deel van dit water gebruikt voor natuur en landbouw, de rest stroomt naar de Westerschelde. De gezamenlijke ambitie is om dit water beter te benutten. Daarmee levert het project een belangrijke bijdrage aan een robuuster watersysteem én aan natuur, landbouw en waterkwaliteit in het grensgebied van Brabant en Zeeland.
Water tussen Wal en Schelde is opgenomen in het Deltaplan Zoet Water van het Deltaprogramma. Daardoor ontvangt het project een Rijksbijdrage uit het Deltafonds.
‘Investering in een levendige en veerkrachtige natuur.’
Joris Hogenboom, directeur bij Brabants Landschap: ‘Voor mij raakt dit project de kern van waar we het voor doen: de natuur echt een kans geven. Door water naar het Markiezaatsmeer te brengen, krijgen we weer grip op het peil, en daarmee de toekomst van soorten als kluut, bontbekplevier en lepelaar. Met de broedeilanden en de stuw zorgen we dat vogels hier weer veilig kunnen broeden, zonder dat predatoren hun kans grijpen. Dat maakt dit niet alleen een technisch project, maar vooral een investering in levendige, veerkrachtige natuur.’
Van voorbereiding naar uitvoering
Water tussen Wal en Schelde bestaat uit twee deelprojecten. Het eerste richt zich op de aanvoer van water naar het Markiezaatsmeer. Daarmee wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan het behalen van de Natura 2000-doelen voor het gebied. Voorwaarde is dat deze wateraanvoer geen negatieve gevolgen heeft voor de bestaande functies in het poldergebied ten westen van de Brabantse Wal. Het tweede deelproject is juist gericht op dat poldergebied en heeft als doel de zoetwaterbeschikbaarheid te verbeteren en de doelstellingen van de Kaderrichtlijn Water te realiseren in dit Brabants-Zeeuwse grensgebied.
De tweede helft van 2026 staat in het teken van de verdere voorbereiding van de uitvoering. Daarbij worden ook omwonenden en andere belanghebbenden betrokken, onder meer via informatiebijeenkomsten. Begin 2027 willen we starten met de eerste uitvoeringswerkzaamheden om de wateraanvoer naar het Markiezaatsmeer mogelijk te maken.
‘Trots op deze volgende stap richting de daadwerkelijke uitvoering.’Angelien Hagenaars Lid van het dagelijks bestuur van waterschap Brabantse Delta
Angelien Hagenaars, lid van het dagelijks bestuur van waterschap Brabantse Delta: ‘Een ambitie of een opgave is nog niet zomaar een project. Wij hebben als waterschap het voortouw genomen om de mogelijke aanvoer van water naar het Markiezaatsmeer uit te werken, voor te bereiden en straks ook uit te voeren. Ik ben trots op waar we nu staan in het project en dat met het ondertekenen van deze Samenwerkingsovereenkomst de volgende stap richting de daadwerkelijke uitvoering is gezet.’
De noodzaak is actueler dan ooit
De afgelopen periode onderstreept opnieuw hoe belangrijk de aanvoer van water naar het Markiezaatsmeer is. Aan het einde van de zomer van 2025 (1 oktober) was het waterpeil gezakt tot NAP +0,02 meter. Voor de natuurdoelstellingen is het noodzakelijk dat het peil eind februari rond NAP +0,60 meter ligt. Alleen dan staan de broedgebieden voldoende lang onder water en ontstaat een goede uitgangssituatie voor het broedseizoen.
Zonder de mogelijkheid om water aan te voeren steeg het peil eind februari 2026 slechts tot ongeveer NAP +0,37 meter. Die beperkte stijging was uitsluitend het gevolg van het neerslagoverschot van circa 250 millimeter tussen 1 oktober en 1 maart en de natuurlijke kwel. Het lage winter- en voorjaarspeil heeft grote gevolgen voor de natuur in het Markiezaat. Omdat de vloedvlaktes opnieuw niet onder water kwamen te staan, kregen riet en ruigte vrij spel om de open stranden snel te laten dichtgroeien. Daarmee verdwijnt waardevol broedgebied voor Natura 2000-soorten.
Daarnaast werden de broedeilanden al vroeg in het broedseizoen bereikbaar voor predatoren zoals de vos. Hoewel binnen de stroomnetten nog enkele nesten gespaard bleven, gingen duizenden nesten verloren. 2026 gaat daarmee de boeken in als het slechtste broedseizoen in tientallen jaren voor de kustbroedvogels in het Markiezaat.
Tegelijkertijd laat deze situatie zien hoe groot de meerwaarde van het project kan zijn. Door het waterpeil in de winter op tijd te verhogen, blijven broedeilanden langer beschermd, nemen de kansen voor kustbroedvogels aanzienlijk toe en ontstaat een veel betere uitgangssituatie voor een gezond en veerkrachtig natuurgebied. Dat is precies waar de samenwerkende partijen zich met Water tussen Wal en Schelde voor inzetten.
