De zoetwaterstrategie is onderdeel van de herijkte Integrale Voorkeursstrategie van de Zuidwestelijke Delta, waarin de hoofddoelen veilig en klimaatbestendig, ecologisch veerkrachtig en economisch vitaal onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Daarbij geldt één uitgangspunt steeds nadrukkelijker: ‘elke zoete druppel telt’. De Zuidwestelijke Delta wil kampioen water vasthouden worden, onder andere met innovaties in besparen, benutten en bergen van zoet water. Doel is de komende jaren beproefde concepten op te schalen en breder in te zetten.
Programmamanager Coen Verhoeve ziet dat de urgentie groeit: ‘Klimaatverandering dwingt ons tot keuzes. Juist nu moeten we investeren in oplossingen die het watersysteem robuuster maken én ruimte geven aan landbouw, natuur en leefbaarheid.’ Daarbij sluit de regio nauw aan bij het Deltaprogramma Zoetwater. Verschillende projecten die daarin zijn opgenomen zijn in de Zuidwestelijke Delta inmiddels in uitvoering. Andere worden de komende jaren opgeschaald of verder onderzocht. ‘In het Uitvoeringsprogramma hebben we zes focuspunten benoemd, waarvan zoetwaterbeschikbaarheid in drie een rol speelt: Volkerak-Zoommeer als sleutelgebied, Sponswerking vergroten en Weerbaar tegen weersextremen,’ aldus Coen. ‘Hier willen we de komende periode extra actie op zetten en voortgang in maken.’
Klimaatverandering dwingt ons tot keuzes. Juist nu moeten we investeren in oplossingen die het watersysteem robuuster maken én ruimte geven aan landbouw, natuur en leefbaarheid.
Van strategie naar innovatieve projecten
De Zuidwestelijke Delta kent een duidelijke tweedeling: gebieden met aanvoer van zoet water vanuit het hoofdwatersysteem en gebieden zonder die aanvoer. Juist in die laatste gebieden is de urgentie groot omdat daar de zoetwaterbeschikbaarheid sterk afhangt van slim gebruikmaken van het jaarlijkse neerslagoverschot. Joris Bengevoord, dijkgraaf van waterschap Brabantse Delta, is namens de Zuidwestelijke Delta gebiedsvertegenwoordiger in het Bestuurlijk Platform Zoetwater: ‘Als overheden, agrariërs en kennisinstellingen werken we volop samen aan innovatieve oplossingen om meer zelfvoorzienend te worden. Dat is belangrijk omdat iedereen een verantwoordelijkheid heeft om elke zoete druppel te kunnen laten tellen. Door samen concrete projecten op te pakken, kunnen we versnellen en weerbaarder worden tegen zoetwatertekorten.’
Een voorbeeld van een zoetwaterproject in Zeeland is Wolphaartswater. In deze grootschalige praktijkproef worden de mogelijkheden onderzocht voor de opslag van zoet water in de ondergrond van twee polders ten westen van Wolphaartsdijk. De proef moet uitwijzen of gedurende de winter zoet water duurzaam kan worden opgeslagen om in droge perioden te benutten voor de irrigatie van landbouwgronden. De maatregel sluit direct aan op de ambitie van de Zuidwestelijke Delta om vooral in te zetten op het lokaal vasthouden van water. Ook het project Water tussen Wal en Schelde laat zien hoe integraal de aanpak inmiddels is geworden. Daar worden inmiddels maatregelen voorbereid om afstromend water aan de voet van de Brabantse Wal beter te benutten voor landbouw, natuur en waterkwaliteit, in plaats van het direct af te voeren naar de Westerschelde. Water naar het Markiezaatsmeer aanvoeren, met name in de winterperiode, helpt de natuurdoelen van dit Vogelrichtlijngebied te behalen. Met hogere peilen in de winter blijft het gebied geschikt als broedhabitat voor (doel)soorten als de lepelaar, tureluur en strandplevier.
Op de kop van Goeree-Overflakkee wordt ondertussen gewerkt aan de volgende fase van het verbeteren van de zoetwaterbeschikbaarheid. Hier loopt een gebiedsproces waarin landbouw, waterbeheer en klimaatadaptatie nadrukkelijk samenkomen. Wethouder Henk van Putten van gemeente Goeree-Overflakkee ziet hoe belangrijk die gebiedsgerichte aanpak is: ‘Zoet water raakt alles in ons gebied: landbouw, leefbaarheid, natuur en economie. Daarom moeten we samen met ondernemers en bewoners zoeken naar oplossingen die op de lange termijn werken.’
Living Lab: leren door te doen
Een ander voorbeeld van samenwerking is Living Lab Schouwen-Duiveland. Samen met gemeente Tholen en het Delta Climate Center wordt het leer- en experimenteergebied voor leerlingen, studenten, docenten en onderzoekers groter: Schouwen-Duiveland en Tholen met de Oosterschelde als verbinding. Hier werken ondernemers, onderzoekers, overheden en onderwijsinstellingen samen aan innovaties rond toekomstbestendige landbouw, watersystemen en kustverdediging. Binnen het Living Lab Schouwen-Duiveland wordt gewerkt aan een “Toolbox Weerbare Landbouw”, waarin maatregelen rondom water, bodem en teelt samenkomen. Ook lopen onderzoeken naar verzilting, waterkwaliteit en nieuwe adaptatiepaden voor landbouw en natuur. Schouwen-Duiveland is bovendien pilotgebied binnen het landelijke Platform voor Duurzame Financiering Klimaatadaptatie. De kracht van een Living Lab zit volgens betrokken partijen vooral in de samenwerking: experimenteren in de praktijk, kennis delen en samen leren wat werkt in een veranderend klimaat.
Verbinding met de landbouwpraktijk
Een belangrijke schakel tussen beleid en praktijk is het Interbestuurlijk Netwerk Toekomstige Landbouw Zuidwestelijke Delta (IBN TL ZWD). In dit netwerk werken de provincies Zeeland, Noord-Brabant en Zuid-Holland samen met gemeenten, waterschappen, kennisinstellingen en agrariërs aan een toekomstbestendige landbouw. Het netwerk richt zich op gezonde bodems, schoon water, biodiversiteit en innovatieve landbouwsystemen. Daarbij ligt de nadruk op de praktijk: van proeftuinen en kennisdeling tot ondersteuning van agrariërs bij klimaatadaptieve maatregelen.
Michel Carol is trekker en verbinder van dit netwerk: ‘We merken dat boeren volop willen investeren in weerbaarheid, maar dat vraagt wel om goede samenwerking tussen overheden, kennisinstellingen en ondernemers. Juist in de Zuidwestelijke Delta kunnen we die verbinding maken.’
Het netwerk bouwt voort op samenwerkingsprojecten als Boerderij van de Toekomst, Biodiversiteitsmonitor Akkerbouw, Koolstofboeren en Agricycling en kiest nadrukkelijk voor een regionale aanpak over provinciegrenzen heen. Daarmee sluit het goed aan op de bredere ambitie van de Zuidwestelijke Delta om integraal te werken aan water, landbouw, natuur en leefomgeving.
Op weg naar de Delta 2.0
De effecten van klimaatverandering worden steeds zichtbaarder en vragen om keuzes die verder gaan dan traditionele zoetwateraanvoer alleen. ‘We zien en onderkennen hierbij ook dat de waterkwaliteit en ecologie nu al een flinke impuls nodig hebben in onze Delta’, aldus Coen Verhoeve. ‘Noodzakelijke keuzes zullen niet altijd gemakkelijk zijn en moeten we goed voorbereiden. Daarom zetten we als regio nu volop in op no-regretmaatregelen: oplossingen die vandaag al bijdragen aan een robuust systeem en tegelijk voorbereiden op de toekomst.’
Denk hierbij aan het onderzoeken van de mogelijkheden om zoet water vanuit het Volkerak-Zoommeer richting de Oosterschelde te laten stromen om zo de vismigratie te verbeteren en de kom van de Oosterschelde weer van voedselrijk water te voorzien. ‘De kracht van de Zuidwestelijke Delta zit in het samenbrengen van opgaven,’ sluit Coen af. ‘Waterveiligheid, zoet water, ecologie en economie zijn geen losse thema’s maar pakken we in samenhang op. Zo bouwen we aan de Delta 2.0 die ook voor volgende generaties leefbaar blijft.’
Het Uitvoeringsprogramma Zuidwestelijke Delta 2050 bestaat uit de herijkte Integrale Voorkeursstrategie Zuidwestelijke Delta en een Uitvoeringsagenda 2027-2028. De Voorkeursstrategie wordt definitief vastgesteld op Prinsjesdag 2026, via het Deltaprogramma 2027. Dan wordt het Uitvoeringsprogramma gepubliceerd.
