1. U bent sinds kort aangesloten bij het Gebiedsoverleg Zuidwestelijke Delta. Wat vindt u de belangrijkste meerwaarde van het Gebiedsoverleg: wat levert het op als overheden en partners zo samen optrekken?
‘Ondanks dat ik nog niet lang in het Gebiedsoverleg zit, zie ik dat we goed samen optrekken in de herijking van de Integrale Voorkeursstrategie. Ik ben er dan ook van overtuigd dat we gezamenlijk de juiste koers gaan bepalen. Ik ben wel heel benieuwd naar de concrete vervolgstappen. Er is veel werk te doen om de beoogde balans; een veilige en klimaatbestendige, ecologisch veerkrachtige en economisch vitale delta daadwerkelijk te behalen. Als Gebiedsoverleg bepalen we die koers, maar de afzonderlijke partijen zijn, soms gezamenlijk, verantwoordelijk voor de uitvoering.’
2. Wat hoopt u namens waterschap Brabantse Delta te kunnen betekenen binnen dit overleg?
‘Waterschap Brabantse Delta is één van de vier waterbeheerders in het Gebiedsoverleg. Het watersysteem is binnen de Zuidwestelijke Delta het verbindende element. Samen met de andere waterbeheerders en gebiedspartners willen we vanuit dat gegeven de juiste koers blijven bepalen en bewaken. Daarbij is voor mij het principe van “water en bodem (meer) sturend” leidend. Namens de Zuidwestelijke Delta neem ik ook deel aan het landelijk Bestuurlijk Platform Zoet Water (BPZ). Daar vind ik het belangrijk om steeds de tweedeling in onze Zuidwestelijke Delta te benadrukken: gebieden met en zonder aanvoer van zoet water. Die tweedeling kennen wij ook binnen ons eigen beheergebied. In West-Brabant hebben we naast polders ook vrij afwaterende gebieden zonder aanvoermogelijkheden. Omdat wij die verschillen uit de praktijk kennen, kan ik in de landelijke gesprekken over zoet water de brede zoetwaterbelangen van de Zuidwestelijke Delta goed inbrengen.’
Een gezonde en ecologisch en economisch vitale Zuidwestelijke Delta is in ieders belang.
3. Welke thema’s en opgaven zijn extra urgent voor jullie als waterschap Brabantse Delta?
‘Een gezonde en ecologisch en economisch vitale Zuidwestelijke Delta is in ieders belang. Voor ons ligt de focus op het Hollandsch Diep-Haringvlietsysteem en het Volkerak-Zoommeer. Dit vanwege de directe link met ons regionale polderwatersysteem en het Mark-Dintel-Vlietsysteem. In die samenhang spelen voor deze gebieden alle thema’s die binnen de Zuidwestelijke Delta en het Deltaprogramma aan de orde zijn: zoet water, waterveiligheid, ecologie en waterkwaliteit en ruimtelijke adaptatie. Wij vinden het goed dat het Volkerak-Zoommeer is aangeduid als sleutelgebied in de Zuidwestelijke Delta. Dat onderschrijven wij, zeker gezien de vele partijen die hierbij een belang hebben en de sterke samenhang met ons gebied en andere wateren en gebieden. Het is mooi dat er een langetermijnperspectief voor het Volkerak-Zoommeer ligt. Het is nu aan alle betrokken partijen om gezamenlijk verantwoordelijkheid te nemen voor het herstel van dit systeem en het daadwerkelijk te laten functioneren als sleutelgebied in de Zuidwestelijke Delta. Wij zullen daarin als waterschap onze bijdrage leveren.’
4. U bent namens de Zuidwestelijke Delta ook lid van het Bestuurlijk Platform Zoetwater. Waar moeten wij als regio op inzetten en hoe sluit dat aan bij de landelijke zoetwaterkeuzes?
‘De eerder genoemde tweedeling is voor mij een belangrijk gegeven in de zoetwaterstrategie. Voor beide gebieden geldt dat water vasthouden, oftewel meer zelfvoorzienend worden, erg belangrijk is om voldoende weerbaar te blijven in drogere perioden. Het beperken van die watervraag aan het hoofdwatersysteem is bovendien van nationaal belang, omdat de zoetwaterbeschikbaarheid vanuit de grote rivieren zal afnemen. Als regio kunnen wij bijdragen door slimmer om te gaan met ons eigen systeem. Wat mij betreft mag het voorkomen van extra vraag aan het hoofdwatersysteem ook worden beloond. Zeker als dit bijdraagt aan het nationale principe van meer situationeel sturen met de afvoeren. Dat betekent hoe het water in Nederland verdeeld wordt bij droogte.’
Via pilots leren we wat werkt en kunnen we goed onderbouwde keuzes maken voor een klimaatbestendige Zuidwestelijke Delta.
5. De Zuidwestelijke Delta werkt aan het Uitvoeringsprogramma Zuidwestelijke Delta 2050, met als onderdeel de herijking van de Integrale Voorkeursstrategie. Welke strategische keuzes vindt u daarin van belang om de komende zes jaar ons verder voor te bereiden op een klimaatbestendige toekomst?
‘De constatering dat we voor waterkwaliteit en ecologie van onze watersystemen het knikpunt al voorbij zijn, vind ik een heel belangrijk gegeven voor de Integrale Voorkeursstrategie. Het maakt duidelijk dat het onmogelijk is om op alle opgaven en ambities altijd een ruime voldoende te scoren. We moeten dus keuzes maken en daar vervolgens ook naar handelen. Een zeer belangrijk onderdeel daarin is onze regionale ambitie om kampioen water vasthouden te worden. Ik vertaal dat ook naar meer zelfvoorzienendheid en minder beperkingen voor een noodzakelijke impuls voor waterkwaliteit en ecologie. Denk bijvoorbeeld aan natuurlijker peilbeheer en het realiseren van zoet-zoutovergangen die zo kenmerkend en van groot belang waren voor ons gebied. Daarmee sluiten we aan bij de landelijke lijn van meer situationeel verdelen en sturen van het water. Solidariteit en transparantie binnen en tussen de verschillende landelijke regio’s zijn daarbij voor mij belangrijke voorwaarden. Hoewel we dankzij het Deltaprogramma veel kennis en inzicht ontwikkelen, blijft het noodzakelijk om daar ook als regio in te blijven investeren. Daarom hecht ik veel waarde aan proeftuinen. Op dit moment kennen we in ons gebied een hoge mate van waterveiligheid, dankzij het stelsel van keringen. Maar we realiseren ons ook dat we moeten gaan inzetten op andere concepten. Om die tijdig en op voldoende schaal te kunnen inzetten, is het belangrijk dat we nu al aan de slag gaan met pilots om de echte waarde van die concepten te gaan kennen. Zo leren we wat werkt en kunnen we goed onderbouwde keuzes maken voor een klimaatbestendige Zuidwestelijke Delta.’
