Workshop Kennisontwikkeling: nodig voor een toekomstbestendige Oosterschelde

Workshop Kennisontwikkeling: nodig voor een toekomstbestendige Oosterschelde

Welke kennis hebben we nodig als we in de toekomst de Oosterschelde open willen houden? Met de verwachte zeespiegelstijging moeten we nu al nadenken over het toekomstig beheer. Een open Oosterschelde is immers niet langer vanzelfsprekend. Hoe kunnen we de functies en de waarden van de Oosterschelde behouden? Om die vraag te beantwoorden is kennis nodig. Maar welke kennis? Tijdens het Kenniscongres Oosterschelde op 29 oktober 2018 startte de kenniscommunity Oosterschelde al met een inventarisatie. In deze workshop discussieerden de deelnemers over de volgende stap.

 

De workshop begon met een korte inleiding van Arno Nolte van Deltares over de stand van zaken van de kenniscommunity Zuidwestelijke Delta. Dit is een bottom-up initiatief van (nu) acht organisaties om kennis effectiever en efficiënter te borgen, ontsluiten en ontwikkelen. Daarna gaf Aad Smaal van de kenniscommunity Oosterschelde een toelichting over het vervolgtraject voor de Oosterschelde.

Oosterscheldekaart

In een actieve werkvorm leidde Louise van der Heijden van het Deltaplatform het gesprek. Rond een 10 meter grote kaart van de Oosterschelde, spraken de deelnemers over welke kennis nodig is om tot inzicht en keuzes te komen. Als opwarmer nodigde Louise iedere deelnemer uit op zijn of haar favoriete plek in of rond de Oosterschelde te gaan staan. Vervolgens stelde zij een aantal inhoudelijke vragen die waren toegespitst op een specifieke locatie in de Oosterschelde. Zoals:

  1. Waar zou jij gaan staan bij 2 meter zeespiegelstijging en welk ruimtelijk knelpunt is daar ontstaan?
  2. Waar bevinden zich de belangrijkste waarden van de Oosterschelde en wat zijn de belangrijkste bedreigingen bij een toenemende zeespiegelstijging?
  3. Stel de Oosterscheldekering gaat steeds vaker dicht totdat hij permanent gesloten is, waar verwacht je de grootste problemen?

Kennisvragen

De opzet met de kennisvragen en de Oosterscheldekaart op de vloer gaf een levendige discussie. De deelnemers maakten de volgende opmerkingen:

  • Hoe behouden we in de Zuidwestelijke Delta voldoende kwalitatief intergetijdengebied?
  • Met welke zeespiegelstijging moeten we rekening houden en waar komen de intergetijdengebieden te liggen?
  • Met welke snelheid van zeespiegelstijging moeten we rekening houden en wanneer moet je nadenken over alternatieve strategieën?
  • Welke sedimentstrategie moet je ontwikkelen, waar haal je sediment vandaan en wat betekent dit voor de grote zandplaten in de Oosterschelde (Roggenplaat en Galgenplaat)?
  • Zorg voor een afbakening, bepaal eerst je toekomstbeeld en richt daar je onderzoek op.
  • Het goed formuleren van kennisvragen vanuit een gebiedsopgave is complex. Hier ligt mogelijk een rol voor de kenniscommunity.

 

Cees van den Bos, wethouder van gemeente Schouwen-Duiveland, meldde tijdens de plenaire afsluiting de volgende punten terug:

  • Begin vroegtijdig met het formuleren van relevante kennisvragen voor het gebied. De kenniscommunity kan hier een actieve bijdrage aan leveren, maar heeft hiervoor wel versterking nodig.
  • Denk daarbij ook goed na welke ambitie je wilt hebben, wat voor gebied wil je zijn en welke oplossingen horen hierbij?
  • Maak de opgave meer behapbaar. Bij een zeespiegelstijging van 2 meter is het gebied drastisch veranderd. Waar moeten we nu al van uitgaan en wat zijn onzekerheden?
  • Kijk breder dan alleen de Oosterschelde. Zorg voor de verbinding naar vraagstukken die spelen in de kust en rivierengebied, zoals ook de zoet-zoutovergangen.
  • Kijk niet alleen naar bedreigingen, maar ook naar nieuwe kansen.
  • Kijk niet alleen naar technische vraagstukken, maar neem ook de belangen mee van de stakeholders en burgers. Dit draagt ook bij aan de bewustwording die hard nodig is.
  • Meer samenwerking is noodzakelijk om te komen tot een goed gedragen kennisbasis en oplossingsrichtingen voor het gebied.