Titel

...en hoe het verder ging

De Deltawerken voltooid... 

Direct na de watersnoodramp van 1953 is de eerste nationale Deltacommissie in het leven geroepen. In de opdracht aan deze commissie stond veiligheid centraal: een ramp zoals in 1953 zou nooit meer mogen gebeuren. Het advies dat de commissie uitbracht, leidde tot de uitvoering van de Deltawerken. De kans op een overstroming vanuit zee of de grote rivieren werd daarmee aanzienlijk teruggebracht. Het sluitstuk vormde de stormvloedkering in de monding van de Oosterschelde. Koningin Beatrix sloot de Oosterschelde en verklaarde de Deltawerken voor voltooid.

 

…of toch niet?

Een belangrijk nadeel van het afdammen van de zeearmen tijdens de Deltawerken, is het wegvallen van de getijdendynamiek. Daardoor zijn veel natuurlijke processen verstoord. We noemen er enkele:

  • verstoring van de natuurlijke opbouw en afbraak van slikken, platen en schorren (zandhonger Oosterschelde en in de Voordelta);
  • oeverafslag door hogere stroomsnelheden in smallere waterwegen (Dordtse Kil, Oude Maas, Spui);
  • zuurstofloosheid op waterbodems (vooral in de Grevelingen);
  • blauwalgen in de zomer in het Volkerak-Zoommeer met als gevolg stankoverlast, vis- en vogelsterfte, zwemverboden en onvoldoende zoet water voor de landbouw in de zomerperiode.

Er is dringend behoefte aan een herstelde balans.

 

Misschien wel nooit voltooid

Door opwarming van de aarde stijgt de zeespiegel en verandert het klimaat. De zeespiegelstijging zal in 2050 zo’n 40 cm bedragen en aan het eind van deze eeuw maximaal 130 cm, bodemdaling meegerekend. Dit betekent dat de kans op overstromingen halverwege deze eeuw in een groot deel van Nederland vele malen groter wordt, in het Rijnmondgebied tot wel tien keer zo groot. Het overstromingsgevaar komt niet alleen vanuit zee maar ook vanuit de rivieren. Door de klimaatverandering krijgen de rivieren meer water te verwerken wat ze moeilijker aan de zee kunnen afgeven omdat het niveau van het zeewater stijgt. De druk op de rivierdijken wordt groter. Ook komt de zoetwatervoorziening onder druk te staan: het zwaardere zoute zeewater stroomt onder het lichtere rivierwater door en kan zo de bodem indringen, met alle nadelige gevolgen van dien voor de drinkwatervoorziening, de industrie en de landbouw.

Tweede Nationale Deltacommissie (commissie-Veerman)

Geen wonder dus dat het Nederlandse kabinet een advies gevraagd heeft aan een commissie van deskundigen over de manier waarop Nederland beschermd kan worden tegen de gevolgen van klimaatverandering. Op 3 september 2008 heeft deze tweede nationale Deltacommissie, onder voorzitterschap van prof. Cees Veerman, advies uitgebracht aan het kabinet.
In het rapport van de commissie, Samen werken met water, staat waterveiligheid centraal. De commissie doet in totaal twaalf aanbevelingen, die uitgewerkt moeten worden tot een nieuw Nationaal Deltaprogramma.

De commissie adviseert om in vijf gebieden gerichte investeringen te doen: in het Waddenzeegebied, het rivierengebied, het IJsselmeergebied, langs de Noordzeekust en in de Zuidwestelijke Delta. In de Zuidwestelijke Delta gaat het volgens de commissie om het blijvend waarborgen van de veiligheid, om de mogelijkheid het gebied te gebruiken als tijdelijke opslag of afvoer van rivierwater en om het bewaren en versterken van de unieke natuur. 
Het kabinet herkent zich in de visie op de Zuidwestelijke Delta.

 

Eind 2009 begin 2010 een belangrijk moment in de besluitvorming

Eind 2009 neemt het kabinet een beslissing over het Nationaal Waterplan, waarin onder andere het weer zout maken van het Volkerak-Zoommeer is opgenomen. Uitvoering van dat besluit is afhankelijk van de realisatie van een pakket maatregelen om de zoetwatervoorziening. Ook stelt het kabinet de opdrachten in het kader van het Nationaal Deltaprogramma vast.

De Tweede Kamer behandelt het Nationaal Waterplan en het Nationaal Deltaprogramma begin 2010.